Een gedeelte van dit artikel is overgenomen van een Blog van Frans Aarnink van Drukwerkdeal en nl.wikipedia.org/wiki/ Kleurtemperatuur; en de.wikipedia.org/wiki/Farbtemperatur) 

Waarom zijn beeldscherm- afbeeldingen briljanter?

Het is u ook ongetwijfeld ook wel eens opgevallen dat een plaatje op het beeldscherm veel mooier van kleur is en veel briljanter overkomt dan hetzelfde plaatje gedrukt of geprint op papier.

Waar ligt dat aan. Aan het feit dat u hoognodig een nieuwe printer moet aanschaffen? Misschien is die drukker waar u altijd mee werkt toch niet zo geweldig? Moet ik het plaatje onder ander licht bekijken? Vragen, vragen, vragen, waar ik hier graag op in ga.

Als eerste reden voor het verschil in briljantie is ten gevolge van een oud fotografisch begrip: de contrastomvang.

Een dia, een negatief en een digitale foto worden alle drie tegen het licht (hetzij kunst- of daglicht of het licht afkomstig uit een computer) bekeken. Daarbij is de verhouding in helderheid tussen het diepste zwart en het witste wit ergens tussen de 1 : 200 en 1 : 300.

Een afdruk op papier zal gewoonlijk een contrastomvang van 1 : 16 hebben en kan in het gunstigste geval een contrastverhouding van 1 : 75 aan. Gevolg: het veel hogere contrast van de originele opname moet samengeperst worden in de veel geringere mogelijkheden die het papier biedt, met als gevolg contrastverlies en een aanzienlijk minder contrastrijk plaatje.

De tweede reden voor het briljantieverschil ligt in het feit dat drukwerk gebruik maakt van CMYK-kleuren voor het beschrijven van kleur.

In het geval van een beeldscherm worden de kleuren gevormd door licht en bij drukwerk worden kleuren gevormd door pigment. En dáár zit verschil in.

De RGB versus de CMYK-methode.
Het kleurenspectrum op afbeelding toont het gedeelte van het kleurenspectrum dat door de verschillende methodes wordt afgedekt.
Daarbij ziet het menselijk oog de aller breedste omvang van kleuren. Waarom? Simpelweg omdat het (gezonde) menselijke oog de kleuren min of meer zuiver ziet.

Veel factoren beïnvloeden zowel kleurendruk op een ondergrond als kleurweergave op een beeldscherm. Zoals het materiaal waarop gedrukt wordt, de kwaliteit van de inkt en de soort drukpers. Voor het beeldscherm beïnvloeden zowel hardware- als softwarematige instellingen de kleurweergave. Bovendien blijkt, dat het kleurenspectrum van de CMYK-methode aanzienlijk kleiner is dan dat van het RGB-kleurenmodel. Dit betekent tevens dat het aantal weergegeven RGB-kleuren veel  groter is dan het aantal weergegeven CMYK-kleuren.
Samenvattend kan worden gezegd dat het CMYK-model (cyaan, magenta, geel en zwart) wordt gebruikt voor drukwerk en het RGB-model (rood, groen en blauw) voor o.a. televisie en computer.

Maar wat als je bijvoorbeeld een foto wilt gebruiken voor drukwerk? In dat geval moet de kleurmodus worden omgezet. Dit betekent dat, vanwege het grotere kleurbereik van het RGB-model, soms naar een alternatieve CMYK-kleur gezocht moet worden.

Houdt er hierbij rekening mee dat die alternatieve kleur (CMYK) doffer en donkerder uitvalt dan de originele kleur (RGB).

Dit verschil wordt veroorzaakt door een verschillende kleuropbouw in beide modellen (RGB gevormd door licht; CMYK gevormd door pigment).
Bij het converteren van RGB naar CMYK-kleuren zijn groen en blauw vaak de kleuren die de meeste problemen bij het omzetten veroorzaken.

Ten derde moeten voor het beoordelen van een kleur op papier of op het beeldscherm de lichtomstandigheden waaronder de afbeelding wordt bekeken natuurlijk wel goed zijn.

In het dagelijks leven loop je hier nog wel eens tegen aan bij het kopen van kleren. In een sfeervol verlichte winkel kan kleding totaal anders van kleur lijken dan in de buitenlicht. Het gebeurt dan ook vaak dat iemand naar buiten loopt om de kleur van een kledingstuk in neutraler (dag)licht te bekijken.

Helaas verandert het daglicht ook steeds van sterkte, kleur en richting. Hierdoor verandert de sfeer van het licht midden op de dag van hard, met heldere, felle kleuren, korte scherpe schaduwen naar ‘s avonds zacht, met wazige, warme kleuren en lange schaduwen.

Deze lichtkleurvariaties kunnen we onderscheiden door hun bijbehorende kleurtemperatuur. De kleurtemperatuur, die wordt uitgedrukt in graden Kelvin (K), is een natuurkundige maat, waarmee de lichtkleuren van bronnen van ‘wit’ licht worden gedefinieerd en van elkaar onderscheiden. Wit’ is daarbij een betrekkelijke benaming en kan variëren van oranjerood via geel en wit naar blauw. Denk b.v. aan de verschillen in wit bij de kleuren ‘koel wit’ en ‘warm wit’.

Op de foto hiernaast is een voorbeeld afgedrukt van drie lampen met een verschillende kleurtemperatuur. Hoewel elk van de lampen ‘wit’ licht geeft, is een duidelijk verschil in kleur waarneembaar als je de brandende lampen met elkaar vergelijkt.

Naarmate de kleurtemperatuur toeneemt verschuift de kleur naar blauw en wordt de kleur voor ons gevoel koeler. De voor ons gevoel ‘warme’ kleuren (meer rood/oranje) hebben juist een lagere kleurtemperatuur.

De kleurverschillen in licht van verschillende lichtbronnen, maar ook de kleurverschillen in daglicht in de loop van de dag, zijn dus het beste weer te geven via de kleurtemperatuur. Als we een afbeelding op het scherm of op papier zo natuurgetrouw mogelijk willen bekijken, zullen we dus op de kleurtemperatuur van de te gebruiken verlichting moeten letten.

Zoals je hiernaast ziet loopt het spectrum van zichtbaar licht van rood naar blauw en daarna zelfs ultraviolet. Een daglichtlamp heeft dan ook een kleurtemperatuur van bijvoorbeeld 5600 Kelvin, terwijl een ‘warm witte’ lamp welke bij de bakker wordt gebruikt voor zijn brood, 2700 Kelvin heeft.

De kleurtemperatuur van daglicht is vastgesteld op 5600 Kelvin. De kleurtemperatuur van een gloeilamp is veel lager, ongeveer 2400 Kelvin. De kleur van het licht dat door een vel helderwit papier weerkaatst wordt, is in feite afhankelijk van het omgevingslicht. Bij verlichting door kunstlicht is de kleur anders dan bij verlichting door daglicht. Dat je je waarschijnlijk niet zo bewust bent van de verschillende kleurtemperaturen komt doordat je hersenen razendsnel kunnen corrigeren. Hierdoor lijkt een wit vel papier onder een gele gloeilamp nog steeds wit.

De kleurtemperatuur heeft als zodanig niet zoveel met de briljantie van een afbeelding te maken, maar beïnvloedt de kleurwaarneming wel degelijk. Elke afbeelding zal het best tot z’n recht komen als deze met standaard daglicht van 5600 K wordt be- of verlicht.

In de tabel hieronder zijn een aantal momenten van daglicht gekoppeld aan kleurtemperatuur weergegeven.

Voorbeelden kleurtemperatuur in ºK

  • 1200º  Kaarslicht (rood, neigend naar geel)
  • 2000º  Zonsopkomst en zonsondergang (lichtrood)
  • 2400º  Zonsondergang
  • 2800º  Standaard gloeilamp/ouderwetse kooldraadlamp
  • 3000º 3000-TL-lamp, wit; ook bekend als “Kantoorkleur”
  • 3200º  Halogeenlamp (tussen 3000 en 3250 K)
  • 3400º Filmzon
  • 3500º 1 uur na zonsopkomst (tussen warm en helder wit)
  • 4000º 4000-TL-lamp
  • 4200º4700º Mengsel van kunst- en daglicht
  • 5000º Flitslicht
  • 5600º Standaard daglicht, Studioflitser, neigt naar blauw
  • 6000º Middagzon
  • 6500º Neutraal wit; standaardwaarde voor TV en monitor
  • 6500º7500º  Volledig bewolkte hemel
  • 7500º10000º  Zware bewolking of schaduw aan de Noordzijde
  • 9000º12000º Onbewolkte blauwe hemel aan beschaduwde
    Noordzijde kort na zonsondergang of kort voor
    zonsopgang.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.